Eerdere wisseltentoonstellingen

Mobilisatie - Bezetting - Bevrijding (was te zien van 17 sep. t/m 29 nov. 2009)
Naast de expositie in de Hampoort was ter gelegenheid van deze tentoonstelling ook de bij de John S. Thompson gelegen noordelijke brugkazemat te bezichtigen.

Algemeen
65 jaar geleden, op 17 sep. 1944, werd Grave bevrijd van de Duitse bezetting. Tot nu toe is dit heugelijke feit iedere vijf jaren steeds op grootse wijze gevierd. De mannen die bij deze bevrijding betrokken waren zijn nu echter achter in de tachtig of nog ouder. Ieder jaar wordt hun aantal kleiner en het reizen wordt voor hen problematischer. Daarom is besloten alleen dit jaar er nog een groot evenement van te maken. (Natuurlijk blijven we ook in de toekomst onze bevrijding en onze bevrijders, maar dan op een bescheidener schaal, herdenken.)

Ter gelegenheid van deze herdenking tonen wij u in het Graafs Museum en de beide brugkazematten een groot aantal unieke foto's die gemaakt zijn in Grave en directe omgeving alsmede militaire uitrustingsstukken, documenten en andere zaken uit de tijd van de mobilisatie, bezetting en bevrijding (ca. 1938-1944).

Nederlandse militairen bij de oude haven
Nederlandse militairen bij de oude haven

Mobilisatie
Al in 1935 werd de enorme uitbreiding van het Duitse leger in Nederland als dreigend ervaren en werden er daarom plannen gemaakt om ook het Nederlandse leger te versterken.
Tot de maatregelen die toen door de Nederlandse regering werden getroffen behoorde, naast het verhogen van het aantal dienstplichtige militairen en een verlenging van de diensttijd, ook het laten bouwen van kazematten op strategisch belangrijke plaatsen, waarvan er een aantal bij Grave kwamen te liggen.
Het Graafse stadsbestuur zag hierin een uitgelezen mogelijkheid om de stad als garnizoensstad te promoten. Vestiging van een garnizoen zou een belangrijke stimulans voor de stedelijke economie kunnen betekenen. Het bestuur had met haar aanbeveling succes. In 1938 vestigde zich een regiment infanterie in Grave. En er kwam ook een Korps Politietroepen, die de taak kreeg om de kazematten te bemannen.

Enige uren nadat op vrijdag 10 mei 1940 in alle vroegte het Duitse leger Nederland binnenviel bliezen de bij de brugkazematten gelegerde troepen de Maasbrug op. Weer een paar uren later werd de gehele Graafse bevolking (ca. 2000 personen) geëvacueerd naar Heesch en Nuland.
De volgende dag waren ook alle Nederlandse militairen uit Grave en omgeving teruggetrokken omdat hun positie als onhoudbaar werd beoordeeld en hadden de Duitsers de stad in hun bezit.
Op diezelfde dag kwamen elf geëvacueerde Gravenaren om (samen met twee inwoners van Nuland), door een Duits bom die op een huis in dat dorp viel.

Duitse militairen op de Jan van Cuykdijk
Duitse militairen op de Jan van Cuykdijk

Bezetting
Kort na de Nederlandse capitulatie keren de geëvacueerde Gravenaren weer naar hun stad terug en volgt een periode van ruim vier jaren waarin de Duitsers de dienst uitmaken.

Omdat een verbinding met het noorden van het land belangrijk is zorgen de Duitsers er al snel voor dat de opgeblazen Maasbrug hersteld wordt (In de tussentijd kan er gebruik gemaakt worden van een door de Duitsers gebouwde pontonbrug.)

De in 1938 voor het Nederlandse garnizoen gebouwde Generaal de Bonskazerne werd gedurende de oorlogsjaren door de bezetter gebruikt om Duitse troepen te legeren en dus was Grave gedurende de oorlog garnizoensstad.

Eén van de Graafse slachtoffers van de Duitse bezetting was burgemeester Louis J.J.M. Ficq die, waar hij kon, de Duitsers tegengewerkt heeft en die niet altijd zijn mening onder stoelen of banken stak. Dit werd hem fataal. Hij wilde b.v. geen geld geven aan 'Frontsorg', een organisatie die voor de Duitsers werkende Nederlanders steunde. De NSB-collectant heeft hierover bij de Duitsers geklaagd, die de burgemeester op 3 feb. 1944 hebben gearresteerd. Via Vught kwam hij in Dachau terecht, waar hij op 9 mrt. 1945 overleed als gevolg van hongeroedeem en mishandeling.

Een ander slachtoffer was Bernadina (Dina) van Leeuwen, een van de vijf Nederlandse joden in Grave die door de Duitsers verplicht werd de gehate "J" op haar kleding te dragen. Drie van de vijf zijn in het begin van de oorlog in Grave een natuurlijke dood gestorven, één is met onbekende bestemming vertrokken en de vijfde (Dina) is in april 1942 via Vught en Westerbork op transport gesteld naar Sobibor, waar ze vrijwel onmiddellijk na aankomst is omgebracht.

De bevrijding wordt gevierd voor de St.-Elisabethskerk
De bevrijding wordt gevierd voor de St.-Elisabethskerk

Bevrijding
De geallieerde aanval op de Maasbrug, die voor Grave de bevrijding inluidde, begon op zondagochtend 17 sep. 1944 om een uur of elf met het bombarderen van de omgeving van de brug. Bij dit bombardement kwam Anna Schreurs-Didden, de vrouw van de stuwmeester om het leven en werd haar man ernstig gewond.
Na dit bombardement volgde een aanval door met mitrailleurs bewapende jachtvliegtuigen die o.a. het Duitse luchtdoelgeschut op de zuidelijke brugkazemat uitschakelden.
Daarna volgde de massale luchtlanding. De meeste parachutisten landden op ruime afstand van de brug, behalve één peloton van de E-compagnie van het 504de regiment van de 82ste Amerikaanse Luchtmacht Divisie. Deze 15 man wisten onder leiding van luitenant John S. Thompson in korte tijd de beide brugkazematten en daarmee de zuidelijke oprit van de Maasbrug te veroveren. Kort daarop hadden aan de Gelderse kant van de Maas gelande para's ook die kant van de brug in handen. Onzeker is waarom de Duitsers niet in staat geweest zijn om de brug op te blazen.
Er zijn nog wel een paar schermutselingen geweest tussen de Duitsers en de geallieerden maar zware gevechten bleven gelukkig uit.
Al in de nacht van 17 op 18 september konden de Gravenaren hun bevrijding vieren en dat deden ze dan ook.

  Laatst gewijzigd: 29-nov-2009 Terug naar huidige wisseltentoonstelling