Eerdere wisseltentoonstellingen

Spektakel in 1674. (was te zien van 26 mrt. 2016 t/m 26 jun. 2016).

Deze tentoonstelling vertelde in woord en beeld het verhaal van de belegering en de verovering van de stad Grave in 1674 en sloot aan bij het Historisch Spektakel Grave 1674 dat in het weekend van 2 en 3 april in Grave gehouden werd.
Kijk voor meer informatie over dat weekend op de website Historisch Spektakel Grave 1674.

Plattegrond van Grave omringd door belegeringswerken
Plattegrond van Grave omringd door belegeringswerken

In de Nederlandse geschiedenis wordt het jaar 1672 "het rampjaar" genoemd omdat in dat jaar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in oorlog raakte met Frankrijk, Engeland en de bondgenoten daarvan.
Een groot Frans leger viel in juni van dat jaar het land binnen en veroverde in korte tijd grote delen van het land.
Ook de stad Grave viel in handen van de Fransen. Dat gebeurde zonder slag of stoot doordat de stad zich op dat moment niet kon verdedigen bij gebrek aan een garnizoen. Dat Graafse garnizoen was kort voor de komst van de Fransen naar Den Bosch gezonden omdat het Staatse opperbevel dacht dat de Franse legers daarnaartoe optrokken.

Voor de stad Grave werd 1674 pas "het rampjaar" toen Staatse troepen de stad belegerden en veroverden. Tijdens het beleg dat duurde van 27 juli tot 28 oktober werd de stad zo langdurig en zwaar beschoten dat toen de Fransen capituleerden de stad bijna volledig verwoest was. Uit na de verovering opgemaakte rapporten blijkt dat het grootste deel van de stad in puin lag en dat van de huizen die nog overeind stonden er vrijwel geen enkel onbeschadigd was. Van de St. Elisabethskerk waren de torenspits en een deel van het middenschip weggeschoten en het grote Graafse kasteel was onherstelbaar beschadigd en werd daarom gesloopt.

Het was allemaal heel rustig begonnen. In 1672 bezetten de Fransen met ongeveer 4.000 man de stad Grave.
Een jaar later werd Noël Bouton markies de (van) Chamilly benoemd tot commandant van Grave. Hij liet de vestingwerken die in een slechte staat waren aanzienlijk versterken en bracht grote hoeveelheden munitie en voedsel binnen de stad.
Weer een jaar later (eind juli 1674) arriveerde er een groot Staats leger onder Luitenant-Generaal Carl von Rabenhaupt bij de stad en toen begon de ellende.
Om zichzelf te beschermen, een uitbraak van de belegerden te voorkomen en zich te verdedigen tegen een mogelijke ontzettingmacht liet Rabenhaupt gedurende het beleg rondom de stad een uitgebreid systeem van wallen en loopgraven aanleggen.

Rabenhaupt - Willem III - Chamilly
De hoofdrolspelers:
Rabenhaupt - Willem III - Chamilly

Drie maanden lang werden er door de belegeraars stormaanvallen op de stad gedaan en werd de stad bijna ononderbroken met zware kanonnen en mortieren beschoten. De verdedigers lieten zich ook niet onbetuigd, ze schoten intensief terug en deden vele uitvallen, zowel bij dag als bij nacht.

Op 9 oktober kwam Willem III, Prins van Oranje, met nog meer troepen aan bij de stad en nam de leiding over van Rabenhaupt.

Eind oktober kreeg De Chamilly van de Franse koning Lodewijk XIV, die tot de conclusie gekomen was dat een nederlaag onvermijdelijk was, opdracht om zijn verzet te staken en de stad aan Willem III over te geven.
De Chamilly werd toegestaan om met al z'n troepen en hun wapens, met slaande trom en vliegende vaandels uit de stad te vertrekken.

Naast enorme materiële schade heeft dit beleg erg veel levens gekost, vooral aan de kant van de belegeraars. Aan de kant van de Fransen vielen 1.548 doden te betreuren aan de kant van de Staatse troepen werden de verliezen geschat op 12.000 man.
Chamilly hield aan dit beleg "eeuwige" roem over. Tot in de 19de eeuw werd zijn verdediging van de stad in militaire handboeken als voorbeeld gebruikt.



  Laatst gewijzigd: 27-jun-2016 Terug naar huidige wisseltentoonstelling